Diagnostische toetsen (vervolg)

 

2. Taal: spelling en lezen

Voor het diagnostiseren van een taalprobleem maak ik gebruik van de volgende toetsen:

- De diagnostiek van het aanvankelijk lezen en spellen (Struiksma): Aan de hand van vijf uitgewerkte stappen worden lees- en spellingproblemen geanalyseerd.

- PI dictee (Geelhoed):  Onderzoekt spellingvaardigheid bij het schrijven van losse woorden. De uitkomsten van de toets geven inzicht in de beheersing van de deelvaardigheden van de spelling en in de beheersing van de spellingcategorieën. Hiermee wordt duidelijk aan welke onderdelen van de spelling in de instructie of begeleiding aandacht moet worden geschonken.

- Auditieve tests van J. Rispens: In deze test wordt gekeken of de leerling de auditieve vaardigheden bezit die nodig zijn om tot lezen en spellen te komen

- Wassenaar: diagnostische toetsen met betrekking tot de linguïstische vaardigheden (experimentele versie)

- Dyslexie screeningstoets (DST-NL): Met de Dyslexie Screening Test (DST) kan snel worden bepaald hoe groot het risico is dat een kind dyslectisch is. Bij een hoog risico moet dan verder onderzoek plaatsvinden. Het afnemen van deze test duurt ongeveer 45 minuten en is geschikt voor kinderen van 6,5 tot 16,5 jaar. Een voorwaarde is wel, dat het kind minimaal een half jaar onderwijs in groep 3 heeft gehad bij regulier onderwijs
Wijst de DST uit, dat het risico op dyslexie hoog is, dan kan men door het afnemen van een ander onderzoek het verloop van het leesproces bij het kind nagaan.

 

diagnostische toetsen rekenen